Leswijs Nederlands 2.0: een methode voor de leerlingen

Hoe maak je lesmateriaal dat beter aansluit bij wat leerlingen nodig hebben en tegelijkertijd docenten ondersteunt? Dat was de centrale vraag voor de ontwikkeling van de tweede editie van Leswijs Nederlands, een lesmethode voor de onderbouw havo/vwo en alle jaren van het vmbo. ‘We wilden een methode maken die docenten ondersteunt, maar die ook verrast en inspireert en laat zien dat Nederlands geen saai vak is.’ Aldus Jeroen Steenbakkers, conceptontwikkelaar van Leswijs Nederlands en een van de auteurs van de tweede editie. Maar hoe doe je dat?

Waarin onderscheidt Leswijs Nederlands zich van andere lesmethodes?

Jeroen: ‘ In Leswijs Nederlands willen wij de rijkdom, schoonheid en soms complexiteit van het vak Nederlands laten zien. Om dat voor elkaar te krijgen hebben wij vooral goed nagedacht over de vakinhoud en die hebben we uitgewerkt in de theorie en het oefenmateriaal. Om het voor docenten en leerlingen overzichtelijk en makkelijk te maken halen veel lesmethodes de complexiteit uit de taal. Daardoor wordt taal kariger en verliest het aan betekenis. Dat is wat we in Leswijs Nederlands heel anders wilden, want de taal waarmee leerlingen in de praktijk in aanraking komen is complex en rijk. We vinden dat die taal het uitgangspunt moet zijn in een lesmethode Nederlands. Dan weet de leerling meteen waar hij of zij het voor doet. Natuurlijk hebben we rekening gehouden met de referentieniveaus. Maar niet ten koste van contextrijk lesmateriaal dat mooi en krachtig onderwijs mogelijk maakt.’

Hoe maak je dan lesmateriaal wat beter aansluit bij leerlingen?

‘Om ervoor te zorgen dat leerlingen taal herkennen, gebruiken we in Leswijs Nederlands zoveel mogelijk leerlingentaal (red: daadwerkelijk door leerlingen zelf geschreven en uitgesproken) en in voorbeelden fouten die leerlingen geneigd zijn te maken. Theorie behandelen we zo compact mogelijk, maar we illustreren de theorie aan de hand van veel voorbeelden. In de meeste methodes is de verhouding andersom. Terwijl theorie het beste beklijft door goede voorbeelden te geven. De grap is dat deze mooie doelstellingen het voor ons als auteurs complexer maakte. Maar de methode is er veel levendiger door geworden. Belangrijker nog: leerlingen kunnen daardoor de transfer maken van theorie naar praktijk en daar gaat het om!’

Heb je een voorbeeld?

‘Ik heb een goed voorbeeld van werkwoordspelling. Productief gebruiken leerlingen vooral “gewone” werkwoorden. Vijftig procent van de fouten maken leerlingen in de werkwoorden vinden, worden en gebeuren. Waarom zou je dan oefeningen maken waarin werkwoorden voorkomen waarbij je je kunt afvragen of leerlingen ze überhaupt kennen? Als een leerling daarin een fout maakt, weet je als docent niet of de leerling de theorie niet heeft begrepen of het werkwoord niet kent… Verwarrend voor de docent én voor de leerling! Daarom hebben wij ervoor gekozen om een aantal werkwoorden heel grondig te behandelen, zodat een leerling dieper inzicht krijgt.’

Welke voordelen heeft deze methode voor docenten?

‘Lesgemak is natuurlijk belangrijk voor docenten. Dat vinden wij ook. Bij de tweede editie van Leswijs Nederlands hebben we dan ook een handboek geschreven waarin alle theorie staat met heel veel voorbeelden. Op basis van dit handboek kunnen docenten makkelijk eigen opdrachten maken die bijvoorbeeld passen bij wat er in zijn klas op dat moment leeft.’

 

Meer weten over de tweede editie van Leswijs Nederlands? Vraag hier direct een demo aan of neem contact met ons op via startenmet@learnbeat.nl of (020) 70 09 854.