‘We wilden een methode schrijven waarin leerlingen met herkenbare taal werken’

Jeroen Steenbakkers is conceptontwikkelaar van Leswijs Nederlands en een van de auteurs die schrijft voor de tweede editie van Leswijs Nederlands, een lesmethode voor de onderbouw havo/vwo en alle jaren van het vmbo. Wat maakt Leswijs Nederlands anders dan andere lesmethodes? Uit deze vraag ontstond een heel gesprek. Jeroen: ‘In Leswijs Nederlands willen wij de rijkdom, schoonheid en soms complexiteit van het vak Nederlands laten zien.’

‘Om het voor docenten en leerlingen overzichtelijk en makkelijk te maken halen veel lesmethodes de complexiteit uit de taal. Daardoor wordt taal kariger en verliest taal aan betekenis. Dat is wat we in Leswijs Nederlands heel anders wilden, want de taal waarmee leerlingen in de praktijk in aanraking komen is complex en rijk. We vinden dat die taal uitgangspunt moet zijn in een lesmethode Nederlands. Dan weet de leerling meteen waar hij het voor doet.'

Lesgemak

‘Natuurlijk is lesgemak belangrijk voor docenten. Dat vinden wij ook. Wat we daarnaast een interessante vraag vonden is hoe je lesmateriaal maakt dat beter aansluit bij wat leerlingen nodig hebben. We wilden een methode maken die docenten ondersteunt, maar die ook verrast en inspireert en laat zien dat Nederlands geen saai vak is. Bijvoorbeeld met leuke en gevarieerde werkvormen.

Ik ben bezig met een promotie-onderzoek naar stijlfouten. Veel methodes bieden alle stijlfouten achtereenvolgens aan op een contextarme manier. Bijvoorbeeld het pleonasme: “Hij schrok van het rode bloed.” Fout, zou je denken. Tenzij de context een sprookje is, waar ook blauw bloed voorkomt… Dit soort stijlfouten zijn moeilijk zonder context te beoordelen.

Taal wordt nooit in geïsoleerde zinnen aangeboden, behalve in lesmethodes. Daarin vind je heel veel contextloze zinnen met stijlfouten. Wanneer de complexiteit is weggehaald, wordt een “fout” eenduidig. Zo’n ‘stijlfout’ is gemakkelijk in te zetten in digitale oefeningen. Die kennen maar twee antwoordopties: goed of fout. Maar wat leerlingen leren verliest daardoor wel aan betekenis; leerlingen weten niet meer waar het over gaat.

In de praktijk zie je dat leerlingen warrige zinnen maken, maar je kunt niet precies aangeven waar dat hem in zit. En wat we niet kunnen labelen, wordt in methodes meestal ook niet behandeld. Ondertussen behandelen we wel stijlfouten die je makkelijk kunt benoemen, terwijl leerlingen ze zelden maken. De nadruk ligt dan te veel op eenduidigheid en lesstof die makkelijk te oefenen is. In Leswijs Nederlands hebben we andere keuzes gemaakt, waarbij we ons best hebben gedaan om de lesstof toch op een toegankelijke manier aan te bieden.

Bij havo/vwo behandelen wij het pleonasme in de tweede editie in de paragraaf “beknopte stijl” als een stijlverzwakker en in de paragraaf “creatieve stijl” als een stijlversterker. We nodigen leerlingen uit om mee te denken over taal. Daarnaast komt deze stijlfout terug bij literaire stijlmiddelen. Op die manier bieden we theorie in een contextrijke omgeving aan.’

Leerlingentaal

‘Om ervoor te zorgen dat leerlingen taal herkennen, gebruiken we in Leswijs Nederlands zoveel mogelijk leerlingentaal (red: daadwerkelijk door leerlingen zelf geschreven en uitgesproken) en in voorbeelden fouten die leerlingen geneigd zijn te maken. Theorie behandelen we zo compact mogelijk, maar we illustreren de theorie aan de hand van veel voorbeelden. In de meeste methodes is de verhouding andersom. Terwijl theorie het beste beklijft door goede voorbeelden te geven.

Voorbeeld Leswijs Nederlands

De grap is dat deze mooie doelstellingen het voor ons als auteurs complexer maakte. Maar de methode is er veel levendiger door geworden. En – belangrijker – leerlingen kunnen daardoor de transfer maken van theorie naar praktijk. En daar gaat het om!

Nog een voorbeeld van een andere aanpak in Leswijs Nederlands is werkwoordspelling. Productief gebruiken leerlingen vooral “gewone” werkwoorden. Vijftig procent van de fouten maken leerlingen in de werkwoorden vinden, worden en gebeuren. Waarom zou je dan oefeningen maken waarin werkwoorden voorkomen waarbij je je kunt afvragen of leerlingen ze überhaupt kennen? Als een leerling daarin een fout maakt, weet je als docent niet of de leerling de theorie niet heeft begrepen of het werkwoord niet kent… Verwarrend voor de docent én voor de leerling! Daarom hebben wij ervoor gekozen om een aantal werkwoorden heel grondig te behandelen, zodat een leerling dieper inzicht krijgt.’

Handboek

‘Bij Leswijs Nederlands hebben we een handboek geschreven waarin alle theorie staat met heel veel voorbeelden. Op basis van dit handboek kunnen docenten makkelijk eigen opdrachten maken die bijvoorbeeld passen bij wat er in zijn klas op dat moment leeft.’

Waarom kies je voor een methode?

‘Methodes concurreren op referentieniveaus, adaptiviteit, personaliseren, werkvormen… Voor ons heeft dit bij het schrijven niet de eerste prioriteit. Wij hebben vooral goed nagedacht over onze vakinhoud en die hebben we uitgewerkt in de theorie en in het oefenmateriaal. Daarbij willen wij de rijkdom, schoonheid en soms complexiteit van het vak Nederlands laten zien. Natuurlijk hebben we rekening gehouden met de referentieniveaus. Maar niet ten koste van contextrijk lesmateriaal dat mooi en krachtig onderwijs mogelijk maakt.’

Over Jeroen Steenbakkers

Jeroen is conceptontwikkelaar van Leswijs Nederlands en werkt als auteur vooral aan de onderdelen spelling, grammatica en formuleren voor havo/vwo. Zelf geeft hij Nederlands op het Ludger College. Naast zijn baan als docent doet hij promotie-onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen naar onderwijs in schrijfstijl en bewuste taalvaardigheid.

  • Leswijs Nederlands is beschikbaar voor vmbo-bk, vmbo-kgt, havo en vwo.
  • Leswijs Nederlands motiveert leerlingen met veel gebruik van leerlingentaal, activerende en gevarieerde werkvormen en veel ruimte voor keuze bij de zakelijke leesteksten.
  • Het overzichtelijke Handboek biedt de theorie van alle leerjaren in één.
  • Leswijs Nederlands biedt keuze uit meerdere arrangementen. Bepaal zelf hoe jij en je collega’s het fijnste werken en ga lineair, modulair, gedeeltelijke adaptief of volledig adaptief aan de slag.
  • Aan de hand van overzichtelijke dashboardsweet je precies waar elke leerling staat. Wat gaat goed? En wat kan beter? En pas de vervolgroute hier vervolgens direct op aan!

Meer over Leswijs Nederlands kun je lezen op de methodepagina.