Nieuwe kerndoelen in Leswijs Nederlands
De SLO heeft voor alle leergebieden de kerndoelen geactualiseerd. Wat betekent dit voor jouw school en voor de methode Leswijs Nederlands? In deze brochure lees je meer over de nieuwe kerndoelen en hoe Leswijs Nederlands hierop aansluit.
De nieuwe kerndoelen van de SLO
Omdat de oude kerndoelen uit 2006 niet meer goed aansluiten op actuele inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen, heeft de SLO nieuwe kerndoelen opgesteld. Deze kerndoelen zijn actueler, bieden concretere handvatten voor scholen en moeten beter aansluiten op de huidige onderwijspraktijk. Zo wordt er rekening gehouden met de doorlopende leerlijn van het primair naar het voortgezet onderwijs. Daarnaast is er speciale aandacht voor de basisvaardigheden Taal, Rekenen, Burgerschap en Digitale Geletterdheid, die de leerlingen beter moeten voorbereiden op hun verdere loopbaan en intrede in de maatschappij. Ook hier is een belangrijke rol weggelegd voor het vak Nederlands.
Naar verwachting zullen de nieuwe kerndoelen vanaf 1 augustus 2026 worden vastgelegd in de wet- en regelgeving en zijn scholen vanaf 2031 verplicht om aan de nieuwe kerndoelen te voldoen.
Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Leswijs Nederlands en de nieuwe kerndoelen
Leswijs Nederlands wil docenten goede handvatten bieden om aan de slag te kunnen met de nieuwe kerndoelen. De methode voldoet aan de nieuwe eisen en vanaf schooljaar 2026-2027 zal er extra materiaal beschikbaar komen om hier nog beter op aan te sluiten.
In deze brochure staat per kerndoel beschreven hoe Leswijs Nederlands hierop aansluit, met voorbeeld en uitleg.
Wil je hier meer over weten? Neem dan gerust contact met ons op via lwne@dedact.nl.
Kenmerken van het leergebied Nederlands
Het leergebied Nederlands bestaat uit drie samenhangende domeinen:
Communicatie - Kerndoel 2, 3, 4 en 5
Leerlingen leren teksten begrijpen en zelf schrijven, gesprekken voeren en taal gebruiken om te denken, te leren en gevoelens te uiten. Ook ontwikkelen ze een kritische houding bij het beoordelen van informatie.
Taal - Kerndoel 6 en 7
Leerlingen krijgen inzicht in hoe taal werkt, bijvoorbeeld op het gebied van spelling en grammatica, en leren deze kennis functioneel toepassen. Daarnaast is er aandacht voor taalvariatie, taalverandering en de relatie tussen taal en identiteit.
Literatuur - Kerndoel 8 en 9
Leerlingen lezen verschillende literaire teksten en leren de betekenis en waarde daarvan te herkennen. Hierdoor ontwikkelen ze hun taalvaardigheid en verbreden ze hun blik op de wereld.
Leswijs Nederlands en het leergebied Nederlands
Binnen de methode komen de verschillende vaardigheden in samenhang aan bod. Leerlingen werken aan fictie, zakelijk lezen, spreken, kijken, luisteren, schrijven, grammatica (en formuleren), spelling en taalverrijking. Binnen deze onderdelen leren leerlingen teksten begrijpen en produceren, effectief communiceren én correct en zorgvuldig schrijven volgens de geldende taal- en spellingsregels. De methode bouwt kennis en vaardigheden verspreid over de leerjaren op. Dit is volledig ingericht aan de hand van het referentiekader Taal, dat doorloopt vanuit het basisonderwijs.
Nieuw vanaf schooljaar 2026–2027: projecten die aansluiten op de nieuwe kerndoelen
Via de online projecten krijgen specifieke onderdelen van de kerndoelen extra aandacht. In deze projecten werken leerlingen met actuele thema’s, nieuwe teksten en verschillende perspectieven. Zo blijft de methode niet alleen aansluiten bij de kerndoelen, maar ook bij maatschappelijke ontwikkelingen en de leefwereld van leerlingen.1: De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen
De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving.
1B Taal in de leergebieden:
De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden.
In Leswijs Nederlands
Leswijs Nederlands biedt door de hele methode een variatie aan verschillende soorten lees- en fictieteksten. Leerlingen leren om op verschillende manieren teksten te verwerken, zowel schriftelijk als mondeling. In het onderdeel Fictie kunnen de leerlingen langere fragmenten van jeugd- en young adult-literatuur lezen, zodat zij echt in een verhaal kunnen duiken. De genres worden afgewisseld, waardoor leerlingen met verschillende teksten in aanraking komen en kunnen onderzoeken wat bij hen past. Ook leren zij de auteurs achter de teksten kennen via korte kaders met persoonlijke informatie.

Tip: Wij vinden dat lezen niet uitsluitend bij het vak Nederlands hoort, lees hier tips over hoe je schoolbreed lezen kunt stimuleren.
3: De leerling produceert teksten
De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context.
3B Creatief taal gebruiken:
De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
3C Schrijven om te leren:
De leerling schrijft om tot kennisopbouw of begrip te komen.
In Leswijs Nederlands
In Leswijs Nederlands oefenen leerlingen met doelgericht spreken en schrijven voor verschillende doelen en doelgroepen. Daarnaast is er ruimte voor creatief taalgebruik: leerlingen verkennen voorbeelden en experimenteren zelf met taal en verschillende vormen. Schrijven wordt ook gebruikt als middel om te leren. Leerlingen maken samenvattingen, noteren hoofd- en bijzaken en ordenen hun gedachten in teksten en schema’s. Oefening met schooltaalwoorden zitten door de methode heen in verschillende vaardigheden verweven. Omdat het fijn is om gericht te kunnen oefenen met de school- en vaktaalwoorden zal dit als los project worden aangeboden.
Denk hierbij aan:
-
Stap voor stap een krantenartikel schrijven over een bepaald onderwerp
-
Leren hoe je goede aantekeningen maakt tijdens het lezen, kijken of luisteren
-
Mondeling of schriftelijk instructies geven over een zelfgekozen onderwerp
In het kader van dit kerndoel worden projecten school- en vaktaalwoorden toegevoegd aan de methode. Deze zijn digitaal te vinden.
5: De leerling ontwikkelt zich als bewuste taalgebruiker
In Leswijs Nederlands
In Leswijs leren leerlingen feedback te geven en te ontvangen aan elkaar. Ook leren zij met behulp van rubrics hun eigen proces (of dat van een medeleerling) evalueren.
Per onderdeel worden de leerdoelen voorafgaand aan de theorie en oefening benoemd, deze worden na elke oefenreeks herhaald.In de online omgeving kunnen leerlingen direct zien of zij de leerdoelen beheersen. Wanneer dit nog niet het geval is, hebben zij volop mogelijkheden om zelfstandig verder te oefenen.
Denk hierbij aan:
- De presentatie van een klasgenoot beoordelen aan de hand van een checklist
- Een krantenartikel van jezelf of een klasgenoot beoordelen aan de hand van een rubric en daarna herschrijven
7: De leerling verkent het gebruik van taal
De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.
7B Taalvariatie en taalverandering:
De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied.
In Leswijs Nederlands
Kerndoel 7A is grotendeels in de methode verwerkt. Leerlingen onderzoeken hoe taal samenhangt met identiteit en hoe je overkomt op anderen. Het onderdeel meertaligheid wordt aanvullend uitgewerkt in de projecten. Daar leren leerlingen wat meertaligheid inhoudt en hoe zij verschillende talen en taalvarianten bewust kunnen inzetten.
Kerndoel 7B komt terug in het onderdeel Taalverrijking. Hier maken leerlingen kennis met verschillende vormen van het Nederlands en ontdekken ze hoe taal verandert onder invloed van tijd, media en maatschappelijke ontwikkelingen.
Denk hierbij aan:
- Verschillende ‘taalspellen’ over bijvoorbeeld spreekwoorden of het geven van betekenis aan nieuwe verzonnen woorden
- Herkennen van en oefenen met verschillende soorten taalgebruik, zoals formeel/informeel, letterlijk/figuurlijk, jargon en jongerentaal
- Woorden uit verschillende talen met elkaar vergelijken en hun oorsprong onderzoeken
In het kader van dit kerndoel worden projecten meertaligheid toegevoegd aan de methode. Deze zijn online te vinden.
9: De leerling toont inzicht in literatuur
9A Verhalende teksten:
De leerling toont inzicht in verhalende teksten.
9B Literaire genres:
De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur.
9C Literatuur uit verschillende tijden:
De leerling verkent literatuur die geschreven is in verschillende periodes en contexten.
9D Literatuur in tijd en context (hv):
De leerling legt verbanden tussen de inhoud van literatuur en de periode en context waarin deze is geschreven.
In Leswijs Nederlands
In Leswijs Nederlands leren leerlingen verhalende teksten beter begrijpen en maken zij kennis met verschillende kenmerken van literair taalgebruik en genres. Daarbij werken ze met zowel klassieke als actuele fragmenten, waardoor ze ontdekken hoe verhalen zijn opgebouwd en hoe literatuur uit verschillende tijden met elkaar te vergelijken is. Omdat de literatuur voortdurend in beweging is en er steeds nieuwe boeken en stemmen bijkomen, vullen we de methode aan met nieuwe fragmenten in de projecten. Zo maken leerlingen niet alleen kennis met bestaande teksten, maar ook met actuele literatuur en nieuwe perspectieven. Op deze manier blijft het literatuuraanbod afwisselend, relevant en verbonden met de wereld van nu.
In Leswijs Nederlands (havo-vwo)
Literatuur in context komt in de methode terug door het gebruik van zowel klassieke als moderne fragmenten. Zo krijgen leerlingen inzicht in de relatie tussen literatuur, tijd en context.
Denk hierbij aan:
- Opbouwend door de methode heen fragmenten lezen uit jeugdliteratuur, YA en volwassenenliteratuur
- Leren kennen van de verschillende manieren waarop met literair erfgoed wordt omgegaan, bijvoorbeeld door een fragment te lezen en analyseren uit een graphic novel over Anne Frank
Verschillende vertalingen van Van den Vos Reynaerde met elkaar vergelijken (hv)
Om dit kerndoel te versterken, worden projecten literatuur toegevoegd aan de methode. Deze zijn online te vinden.
2: De leerling begrijpt teksten
2A Luisteren en lezen met begrip:
De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten.
2B Luisteren en lezen met diep begrip:
De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten.
2C Bronnen verkennen:
De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen.
In Leswijs Nederlands
De teksten in Leswijs Nederlands zijn zoveel mogelijk authentieke teksten, waardoor de leerlingen met teksten aan de slag gaan die zij ook in verschillende soorten (nieuws)media zouden kunnen tegenkomen. Stapsgewijs wordt met behulp van de theorie en de teksten woordenschat, taalkennis en wereldkennis aan hen geleerd. Leerlingen worden uitgedaagd om kritisch na te denken over wat ze gelezen of bekeken hebben. Hierbij leren zij waarom en voor wie teksten zijn gemaakt en hoe zij de betrouwbaarheid kunnen toetsen.
Denk hierbij aan:
- Vragen beantwoorden over personages, verhaallijnen en thema’s uit fictiefragmenten
- Een reactie geven op een blog over persfotografie
- Uitzoeken waar je de bron van de tekst kan vinden en wat de bron zegt over de tekstsoort
4: De leerling voert gesprekken
De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.
4B Gesprekken voeren om te leren:
De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
In Leswijs Nederlands
In Leswijs Nederlands oefenen leerlingen met doelgericht gesprekken voeren, luisteren naar anderen, op een respectvolle manier reageren en hun ideeën onderbouwen. Dit doen ze in verschillende contexten, zowel formeel als informeel. Er is rekening gehouden met situaties die zij in het dagelijks leven tegen kunnen komen. Daarnaast beoordelen ze gesprekken tussen andere sprekers. In havo/vwo komt dit in leerjaar 1 bij Spreken, Kijken, Luisteren aan bod. In het vmbo wordt hier in alle leerjaren aandacht aan besteed.
Denk hierbij aan:
- Een discussie voeren aan de hand van een stelling over bijvoorbeeld stemrecht
- Herkennen van verschillende vormen van non-verbale communicatie
- Gesprekken uit het echte leven nabootsen, zoals een bezoek aan de huisarts of een sollicitatie
6: De leerling toont inzicht in taal als systeem
De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
6B Spelling, formulering en interpunctie:
De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie.
6C Zakelijke genres (hv):
De leerling toont inzicht in zakelijke genres.
6D Overtuigingskracht van teksten (hv):
De leerling verkent de overtuigingskracht van teksten.
In Leswijs Nederlands
In Leswijs Nederlands leren leerlingen hoe vorm en betekenis van taal samenhangen en krijgen ze inzicht in spelling, grammatica, formulering en interpunctie. De stof wordt aangeboden via uitleg en oefening, en daarna toegepast in opdrachten. Die toepassing komt ook terug in andere vaardigheden, zoals schrijven, zodat leerlingen de regels niet alleen kennen, maar ze ook bewust gebruiken in hun eigen teksten. Leerlingen hebben de mogelijkheid om online extra te oefenen met onderwerpen die zij lastig vinden.
In Leswijs Nederlands havo-vwo:
In Leswijs Nederlands leren leerlingen hoe verschillende soorten zakelijke teksten zijn opgebouwd en welk doel ze hebben. Daarnaast onderzoeken ze hoe schrijvers lezers proberen te overtuigen, bijvoorbeeld met standpunten, argumenten, geloofwaardigheid en het oproepen van emoties.
Denk hierbij aan:
- De spelfouten uit een gelezen artikel verbeteren
- Opdrachten over de samenhang tussen grammatica en spelling, zoals werkwoordspelling en de vorming van woorden
- Eenvoudige teksten schrijven met de focus op werkwoordspelling en interpunctie
Herkennen van meningen in een tekst en benoemen aan welke woorden je dit kunt zien (hv)
8: De leerling doet ervaring op met literatuur
8A Leesvoorkeur:
De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.
8B Waarde van literatuur:
De leerling verkent de waarde van literatuur.
In Leswijs Nederlands
Aan de hand van de vele verschillende fictiefragmenten en de uitleg over genres en soorten boeken die Leswijs biedt, verkennen leerlingen hun eigen leesvoorkeur. Door hun mening te geven en te reflecteren op wat ze hebben gelezen, ontwikkelen zij zich tot kritische lezers.
Denk hierbij aan:
- Je eigen mening geven over een leesfragment aan de hand van verschillende beoordelingswoorden
- Tips over waar je op kunt letten als je een boek in een bibliotheek of boekwinkel zoekt
- Beoordelen binnen welk literair genre een leesfragment behoort